Het ‘recept’ van de kleipijp doorgelicht: Gent vs. Gouda

Doorsteken van pijpen bij Levêque in Andenne na 1900 (© Musée de la Vie wallonne).

Op 27 mei mochten wij onze zoektocht naar de Gentse pijpenbakker voorstellen tijdens een Gentlezing in Bibliotheek De Krook. Via deze link kan u de volledige lezing opnieuw bekijken. In deze blog gaan we nog iets dieper in op een specifiek aspect van het verhaal: het ‘recept’ dat de Gentse pijpenbakkers gebruikten bij het maken van hun pijpen. Veel leesplezier en bekijk zeker ook het filmpje onderaan met een toelichting van Vince Van Thienen over de archeometrische dimensie van het onderzoek.

Als een recept uit een kookboek

Om kleipijpjes zonder stempels, markeringen of typische versiering te gaan koppelen aan bepaalde pijpenbakkersateliers richten we ons op de informatie uit de samenstelling van de pijp. Pijpenbakkers lieten immers ook onzichtbare sporen achter in de kleipijp door de handelingen die ze uitvoerden tijdens het maken van pijpen. Dit bestempelen we als het recept van de pijpenbakker. Dit recept bestaat uit de benodigde ingrediënten – grondstoffen zoals klei, zand en water. Om een goede en mooi witte pijp te maken, heb je plastische ijzerarme klei nodig, zogenaamde pipeclay. Voor de 17de en 18de eeuw weten we dat in Gouda een mengeling van klei uit de Maasvallei in de omgeving van Andenne werd gemengd met klei uit Keulen.

Het productieproces van de kleipijp

Daarnaast wordt het recept ook bepaald door een reeks handelingen die de pijpenbakker uitvoerde om tot een succesvolle pijp te komen. Deze handelingen omvatten het volledige productieproces van het selecteren en zuiveren van de klei, over het rollen van de kleipijpen en het doorsteken van het rookkanaal, tot het afwerken en het bakken van de pijpen. Het recept is dus niet enkel een verhaal van grondstoffen, maar ook van knowhow en van het métier van de pijpenbakker.

Net zoals bij het koken, kunnen we stellen dat recepten voor hetzelfde product onderling al eens kunnen verschillen. Zelfs al gebruiken verscheidene mensen hetzelfde recept, toch kan het eindresultaat compleet anders uitdraaien. Dit stelt ons in staat om de gelijkenissen en verschillen in recepten tussen bekende en onbekende pijpenbakkersateliers te gaan onderzoeken om meer inzicht te krijgen in het ambacht van de pijpenbakker. Archeometrische technieken (noot: archeometrie is de discipline van het analyseren van artefacten) bieden hier vooral een meerwaarde bij het kijken naar de voorbereidingsfase, nl. welke grondstoffen er gebruikt zijn en hoe deze bewerkt werden.

Gent vs. Gouda

Een interessante piste om in het kader van Gentse kleipijpjes te onderzoeken is de vergelijking met Goudse pijpjes. Dit onderzoek beschikt over productiemateriaal uit de 17de eeuw van een Gentse pijpenbakker (site Fratersplein). Dit wil zeggen dat er een grote hoeveelheid mislukte kleipijpjes gevonden zijn waarvan we absoluut zeker zijn dat ze in Gent gemaakt werden.

De vindplaats van het Fratersplein. Laat 17de-eeuws pijpenmakersafval dat mogelijk in verband kan gebracht worden met de uit het archief gekende pijpenmaker Jo Tradenius

Hieruit kunnen we dus het recept van de Gentse pijpenbakker gaan reconstrueren en vergelijken met het recept van Goudse pijpjes uit dezelfde periode. Dit recept werd door contemporaine pijprokers vaak gezien als een bepalende factor voor de geroemde kwaliteit en het succes van de Goudse pijp. Net het gebruik van een minderwaardig recept zorgde ervoor dat andere productiecentra – onder andere die in België – niet konden concurreren met Gouda. Hierover zegt in 1770 de heer Paradis, adviseur van de Raad van Financiën onder de Habsburgers, het volgende: “Indien de pijpen die men in ons land [de Zuidelijke Nederlanden] vervaardigde de kwaliteit en de schoonheid van deze van Holland zou benaderen, zou dit inderdaad een motief zijn om de transit [van Hollandse pijpen door de Zuidelijke Nederlanden] te verhinderen. Maar het verschil is zeker zo groot als het verschil tussen slecht aardewerk en mooi porselein en ik geloof, dat de doorvoer van alle Hollandse pijpen geen schade zou berokkenen aan de kleine hoeveelheid die wij exporteren.”

Microscopische vergroting van een Gents en Gouds kleipijpje

Uit microscopische observaties blijkt echter dat er nauwelijks een onderscheid kan gemaakt worden tussen beide. Dit wil zeggen: de mineralogische samenstelling kent een sterke overeenkomst, wat erop wijst dat hetzelfde type klei gebruikt is in Gent als in Gouda, maar ook dat deze klei op een zeer gelijkaardige manier verwerkt werd alvorens hieruit kleipijpen te rollen. Ook aan de hand van een andere techniek, waarmee de chemische opbouw onderzocht wordt, valt er op te merken dat de Gentse kleipijpen van het Fratersplein grote overeenkomsten vertonen met de Goudse kleipijpen uit dezelfde periode.

Chemische samenstelling van de kleipijpjes uit de collectie van het project: een pijpje uit Gouda en een exemplaar van het Fratersplein uitgelicht

De betere imitatie?

Deze grote verwantschap is toch wel een grote verrassing gezien het verschil in vermoede kwaliteit tussen de Gentse en Goudse pijpjes. Uit de resultaten blijkt echter dat hetzelfde basisrecept gebruikt is in Gent. Hoe kunnen we dit verklaren? Meerdere scenario’s zijn mogelijk op dit moment: er kan een Goudse pijpenbakker actief geweest zijn aan het Fratersplein, of de Gentse pijpenbakker kan in de leerschool gegaan zijn in Gouda en vervolgens getracht hebben dezelfde kleipijpen in Gent te produceren. Er zijn nog vele andere scenario’s mogelijk: de manier waarop kennis en vakmanschap zich in die periode (internationaal) verspreidde, is als archeoloog of historicus niet altijd eenvoudig te vatten. Het is dan ook best mogelijk dat deze Gentse pijpenbakker op een andere manier toegang tot kennis en materiaal van Gouda had verkregen. Verder historisch onderzoek op basis van archiefbronnen kan hier mogelijk meer licht op schijnen.

Hielmerken op het vondstmateriaal van het Gentse Fratersplein

Zo is het historisch geweten dat overal in de Lage Landen Goudse producten werden nagemaakt, inclusief de merktekens op de hiel. Deze hielmerken waren nochtans persoonsgebonden en golden als unieke handtekening van de pijpenmaker. In Gouda werd de overdracht van deze merken – hetzij bij erfenis, hetzij via verkoop – zelfs notarieel geregeld. Buiten Gouda was het gebruik van merktekens veel minder strikt geregeld met veel misbruik en imitatie tot gevolg. In het kader van deze imitatieproblematiek verbood de Goudse pijpengilde sinds 1750 ook de handel in pijpenbakkersgereedschap. Dit wijst op het bestaan van een ‘zwarte markt’ in vormmallen en drukstempels. Zo zitten er onder het vondstmateriaal van het Fratersplein enorm veel pijpjes met een hielmerk SMK dat tijdens de tweede helft van de 17de eeuw werd gebruikt door de Goudse pijpenbakker Simon Maartensz Kunst.

Gentse kwaliteit

Betekent dit dan dat de Gentse pijpjes van dezelfde kwaliteit zijn als die van Gouda? Ja en neen. We moeten dit genuanceerd bekijken. Op basis van het recept valt er geen onderscheid te maken in kwaliteit tussen de Gentse en Goudse kleipijpjes uit de 17de eeuw.  Het kwaliteitsverschil zit hem vooral in de afwerking van de pijpen. Zo werden Goudse topstukken bijvoorbeeld op het einde van de rit met veel zorg geglaasd, d.w.z. opgewreven met een agaatsteen waardoor ze mooi gingen blinken. Ook de zorgvuldigheid waarmee kleiresten na het vormen in de mal werden weggesneden of de radering – fijne radstempelversiering aan de rand van de ketel – werden aangebracht, worden gezien als parameters voor een kwalitatief eindproduct.

Detailfoto van het vondstmateriaal van het Gentse Fratersplein. Niet alle pijpjes zijn even verzorgd afgewerkt

Archeologisch onderzoek van de pijpjes van het Fratersplein tonen aan dat al deze stappen in Gent wel minder zorgvuldig gebeurden als bij de absolute topproducten uit Gouda. Komt dit door een gebrek aan vaardigheden bij de pijpenmaker? Mogelijk. Maar het kan natuurlijk ook een bewuste keuze geweest zijn van de pijpenbakker om de lat niet te hoog te leggen. Het mooi afwerken betekent immers investeren in tijd wat zich vertaalt naar een duurdere productiekost. Een kost dit moet doorgerekend worden aan de consument. De vraag naar de budgetpijpen werd steeds groter tijdens de 17de en 18de eeuw door de groei van de populariteit van pijproken. Mogelijk heeft het Gentse atelier van het Fratersplein zich gespecialiseerd in dit ‘gat in de markt’.

Video: Vince Van Thienen over het ‘recept’ van de Gentse pijpenbakkers