Doe de test! Pijpjes uit meerschuim

De meeste pijpjes die we aantreffen in de bodem zijn kleipijpen gemaakt van zogenaamde pijpaarde. Een erg fijne, taaie, blauwachtige klei die de pijp na het bakken een maagdelijk witte kleur geeft. Pijpaarde werd ontgonnen in Engeland, Duitsland en ook België in de Maasregio. Het materiaal speelde ook een rol in de productie van gebruiksaardewerk en het vervaardigen van beeldjes en zogenaamde patacons (aardewerken plaatjes die tijdens de middeleeuwen en later werden gebruikt om feestbroden te versieren).

Minder gekend zijn pijpjes gemaakt uit meerschuim. Deze luxeproducten werden vermoedelijk al gemaakt sinds de late 17de eeuw, maar kende pas een echte bloeiperiode in de 19de eeuw. Waarom ontsnappen deze pijpjes zo vaak aan de aandacht? Ze zijn eerder uitzonderlijk: meerschuimpijpjes kenden een veel beperktere productie en verspreiding in vergelijking met de traditionele kleipijp die een echt massaproduct was. Daarenboven worden ze ook simpelweg zelden herkend omdat ze met het blote oog moeilijk te onderscheiden zijn van de kleipijp.

In volgend bericht gaan we wat dieper in op het gebruik van meerschuim voor de productie van pijpen. We doen dit aan de hand van twee vroeg 20ste-eeuwse voorbeelden die werden aangetroffen bij graafwerken in de Handelsbeurs te Gent. We leggen ook uit hoe je met een éénvoudig trucje een pijpje uit meerschuim kan onderscheiden van een traditionele kleipijp.

Wat is meerschuim?

Meerschuim is een vette, zachte steensoort ook wel omschreven als magnesiumsilicaat die even gemakkelijk te bewerken is als leerdroge klei. Geologen noemen meerschuim sepioliet. Het is een vette, zachte steensoort met als meest bijzondere eigenschap het lichte gewicht. De steen wordt ontgonnen via mijnbouw. De meest gekende ontginning gebeurt in de regio van Ankara en Istanbul in Turkije. Wereldwijd zijn er echter meer vindplaatsen in onder andere het gebied van de Kilimanjaro, de Krim en de omgeving van Madrid.

Wanneer het volledig met water is doordrenkt, kan je het snijden als zeep. In droge toestand is het bewerken iets moeilijker, te vergelijken met het snijden van zachtere houtsoorten. Meerschuimpijpjes worden dan ook gesneden, in tegenstelling tot de traditionele kleipijp die wordt vormgegeven in een mal of door te rollen. Tenslotte zorgt vuur ervoor dat meerschuim verhardt wat de pijpjes de nodige hardheid geeft voor gebruik.

Waarom meerschuim?

De meerschuimpijp was zondermeer een luxeproduct: duurder in aankoop en met een aantal voordelen. De porositeit van de grondstof zorgde voor een lichte pijp, bijzonder comfortabel in gebruik. Daarnaast staan meerschuimpijpen bekend voor perfect droog roken omdat het poreuze materiaal alle vocht dat vrijkomt bij het roken absorbeert. Tenslotte is meerschuim ook bij gedeeltelijke verbranding reuk- en smaakloos waardoor het aroma van de tabak volledig tot zijn recht komt.

Ook visueel waren de meerschuimpijpen aantrekkelijk. Doordat meerschuim gesneden werd kunnen, mits het nodige vakmanschap, complexe figuratieve pijpen worden gerealiseerd. Door het roken veranderde de meerschuimpijp van kleur: van ivoorwit over oranje tot diep donkerbruin. Vanaf de 18de eeuw werd net een doorleefde pijp met patina erg populair en gold het ook als symbool voor rijkdom en klasse. In sommige gevallen werden de pijpen zelfs nog bijkomend voorgekleurd om bij verkoop al het uitzicht van een aangerookte pijp te hebben.

Productieproces

Enkel de kop van de pijp werd uit meerschuim gemaakt. De kop was voorzien van een korte afgeknotte steel. De verklaring hiervoor is simpel. Brokken meerschuim zijn nooit groot genoeg om er een volledige steelpijp van te maken, bovendien zou de pijp in zijn geheel niet sterk genoeg zijn. Een aparte steel – al dan niet voorzien van een manchet in koper of zinklegering – werd gemonteerd op de kop. Meestal gaat het om een steel in hout, hoorn, ivoor en later ook caoutchouc.

Een eerste stap was het voorvormen van ruwe pijpen uit een brok meerschuim. Dit gebeurde met een mes.  Het definitief vormgeven gebeurde op een draaibank bij eenvoudige pijpen. Meer complexe figuratieve pijpen werden uitgesneden. Vervolgens worden oneffenheden opgevuld met een mengsel op basis van meerschuimgruis. Daarna volgde het schuren en polijsten met kalk, beenderas of puimsteen. Het gepolijste product werd vervolgens ondergedompeld in een talkbad om een mooie egale kleur te krijgen. Mogelijk het meest belangrijke was de nabehandeling waarbij de pijp werd gekookt in was of stearine.

Twee Gentse pijpjes

De twee Gentse meerschuimpijpjes dateren uit het eerste kwart van de 20ste eeuw. Ze werden aangetroffen in een beerput ter hoogte van de Handelsbeurs aan de Gentse Kouter. Mogelijk dateren ze net voor 1905 wanneer feestzaal l’Union en de oude Oostenrijkse wachtpost werden samengevoegd tot de handelsbeurs.

Typologische gaat het om zogenaamde rondbodempijpjes zonder hiel. De kop staat haaks op de steel volgens een hoek van +/- 45 graden. De afgeknotte steel was ruw bijgesneden in facetten om de montage van de steel met manchetring mogelijk te maken. De pijpjes waren oorspronkelijk ivoorwit van kleur. Door het gebruik heeft er zich een roodbruine tot roetzwarte patina gevormd rond de ketelopening.

Doe de test!

Hoe kan je nu makkelijk een pijp uit meerschuim onderscheiden van een traditionele kleipijp? Meerschuim is bijzonder licht en blijft daarom – in tegenstelling tot een kleipijp – drijven op water. Althans toch voor even. Meerschuim is ook erg poreus en is als een spons die traag water opneemt. Eens verzadigd zinkt ook de pijp uit meerschuim onmiddellijk.

We deden zelf de test en gooiden twee gelijkaardige pijpjes in het water: eentje gemaakt van meerschuim en eentje gemaakt uit pijpaarde. Het pijpje uit klei zakte onmiddellijk naar de bodem. Bij het pijpje uit meerschuim duurde dit bijna een volle minuut.

Bekijk in de video hieronder het experiment.

Bron: Duco D. 2009, Fabels en feiten over de meerschuim pijp via http://www.pijpenkabinet.nl [geraadpleegd op 07/06/2019]