Als intro: kleipijpjes uit de bodem, een schat aan informatie

Archeologen vinden kleipijpjes vrijwel wereldwijd terug op vindplaatsen uit de 17de  tot de 20ste eeuw. Het zijn erg kleine objecten met weinig geldelijke waarde en daarom worden kleipijpjes vaak over het hoofd gezien. Nochtans zijn het erg herkenbare artefacten die een schat aan informatie bieden.

Dit bericht geldt als eerste kennismaking met ons project ‘Gentse kleipijpjes’ en met de kleipijp als unieke bron voor het verleden.

Een archeologisch gidsfossiel

Voor archeologen zijn kleipijpjes van goudwaarde. Dankzij veranderingen in vorm en decoratie kunnen we de pijpjes toewijzen aan een specifieke periode van productie. Omwille van hun herkenbaarheid en tijdsgebonden uiterlijk hebben ze het uitzonderlijke potentieel om te dienen als gidsfossiel bij de datering en interpretatie van archeologische vondstensembles uit de Vroegmoderne Tijd.

Massaconsumptie met een persoonlijk verhaal

Kleipijpjes vertellen natuurlijk ook het boeiende verhaal van de opkomst van de tabak als genotsmiddel en van het roken. Een kwalijke gewoonte die sinds de introductie in Europa rond 1600 razendsnel verspreid geraakte in alle lagen van de bevolking. Op die manier gaf ‘Toeback drinken’ als sociaal-economisch en sociaal-cultureel fenomeen mee vorm aan de vroegmoderne samenleving en onze huidige Westerse maatschappij. Decoratie en vorm van de pijp illustreren modeverschijnselen en smaak van de gebruiker; in sommige gevallen vertelt de decoratie zelfs iets over de geloofsovertuiging, het beroep of de politieke voorkeur van de roker.

Op zoek naar de Gentse pijpenmaker

De populariteit van de pijp zorgde voor het ontstaan van een bloeiende pijpenmakersambacht. Nederland en vooral Gouda staat bekend als voornaamste producent tijdens de 17de en 18de eeuw. Minder gekend zijn de Gentse pijpenmakers die ook al van de 17de eeuw actief waren. Als we pijpjes doorheen de tijd vergelijken zien we een evolutie in het productieproces en de organisatie van het productieatelier. Via de gepatenteerde stempels op de pijpjes leren we de pijpenbakkers kennen bij naam en toenaam, en kunnen we objecten vaak toewijzen aan een welbepaald atelier of pijpenbakker. Door middel van microscopische of chemische analyse kunnen we ook kijken naar de samenstelling van de gebruikte kleien wat bijkomende informatie verschaft over de herkomst en kwaliteit van de gevonden pijpjes. Hierdoor kunnen we ook handel in grondstoffen en afgewerkte producten gaan beschrijven en verklaren.

Smaken verschillen

De achtergebleven tabaksresten in de ketel van de pijp kunnen dan weer inzicht geven in het tabaksgebruik door de eeuwen heen. Chemische analyse laten toe de herkomst en tabaksoort te bestuderen. In de 15de en 16de eeuw werd de tabak voor medische doeleinden gebruikt in vooral de hoogste kringen. De Europese tabaksbehoefte was eerder beperkt en de meeste tabak kwam van overzee. Vooral de regio van de huidige Amerikaanse staat Virginia was gekend voor z’n tabakproductie. Ook tijdens de 17de eeuw – wanneer tabakroken al wijdverspreid was – werd er nog veel tabak ingevoerd uit de Americas. Toch zien we al vroeg in de 17de eeuw de eerste telers in Engeland en Nederland. In de 19de eeuw wordt ook België een belangrijke producent. Herkomst en tabaksoort waren bepalend voor de smaak, maar ook de kwaliteit en preparatie. Tabak werd doorgaans ‘gesausd’ door te laten trekken in een saus met welgekozen smaakstoffen en toevoegingen.

Door de jaren heen werden er bij archeologisch onderzoek in Gent enkele duizenden fragmenten van kleipijpjes aangetroffen in de bodem. Met het project ‘Gentse kleipijpjes’ halen we deze vondsten van onder het stof en gaan we na wat ze ons vertellen over de productie en het gebruik van kleipijpjes in Gent tijdens de periode 1600-1950.

Met deze blog en onze facebookpagina nemen we de lezer mee in ons verhaal door op regelmatig tijdstip een berichtje te posten over de stand van zaken van het onderzoek of bij een bijzonder nieuwtje.